Velen van u zullen bij bovenstaande kop denken aan een van de hits van André Hazes. In mijn praktijk als advocaat hoor ik deze hartenkreet ook regelmatig. Niet omdat ik echtelieden in een echtscheidingsprocedure bijsta na ontrouw, waarover onze wijlen grootste volkszanger aller tijden in de hiervoor aangehaalde evergreen zingt. Nee, als advocaat gespecialiseerd in het ondernemingsrecht klinkt deze hartenkreet minstens zo vaak tussen de muren van de huiskamer van ons Witte Huis.

De casus is dan vaak klassiek. Ondernemers gaan met elkaar een samenwerking aan en leggen dat samen vast in een contract. Dat kan gaan om een aandeelhoudersovereenkomst, een vennootschapsovereenkomst, een aannemingsovereenkomst, een distributieovereenkomst, een koopovereenkomst, huurovereenkomst of een van de vele andere overeenkomsten die ondernemers vol positief vertrouwen ondertekenen om de kansen waar ondernemers altijd op gericht zijn met elkaar te benutten.

De bedoelingen van de contractspartijen zijn dan meestal goed. Ze gaan de overeenkomst te goeder trouw aan, zoals wij juristen dat noemen. Ondanks deze goede trouw kunnen eenvoudig discussies ontstaan over de uitleg van de overeenkomst. Papier is geduldig, maar wat staat er nu eigenlijk op dat papier?

Die vraag doemt bijvoorbeeld op als zich tijdens de samenwerking, de uitvoering van een overeenkomst, een situatie voordoet die niet letterlijk in de overeenkomst is beschreven of ingeval de letterlijke uitleg van een contractuele bepaling of meerdere contractuele bepalingen in onderlinge samenhang tot een zeer onrechtvaardige uitkomst in de beleving van een van de contractspartijen leidt. Menig ondernemer voor wie de letterlijke interpretatie gunstig uitpakt, voelt zich juist in een comfortabele positie, want “het staat er toch letterlijk!”

Haviltex-criterium
Onze hoogste rechter, de Hoge Raad, heeft echter inmiddels al lang geleden oog gehad voor de mogelijke onrechtvaardige uitkomst van de enkel taalkundige uitleg van contractuele bepalingen. Daarom heeft de Hoge Raad in een gelijknamig arrest het Haviltex-criterium geformuleerd. Dit criterium luidt: Voor de beantwoording van de vraag hoe een overeenkomst dient te worden uitgelegd, kan niet worden volstaan met een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract. Het komt immers aan op “de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.” Oftewel, het komt aan op de bedoeling van partijen ten tijde van het sluiten van het betreffende contract.

Daarmee heeft de Hoge Raad de taalkundige uitleg van overeenkomsten zeker niet opzijgezet. Het blijft daarom van het grootste belang om bij het opstellen van overeenkomsten zo zorgvuldig mogelijk te benoemen tegen welke situaties bij de uitvoering van de overeenkomst aangelopen kan worden en dan vervolgens zo nauwkeurig mogelijk op te schrijven welke consequenties de contractspartijen aan de betreffende mogelijke situaties met elkaar verbinden.

Door het vuur
Ik vind het altijd een zeer uitdagende en dankbare taak om voor klanten door het vuur te gaan als zich een situatie voordoet die daarom vraagt. Een klant is gedagvaard, aansprakelijk gesteld, er is beslag gelegd of de klant heeft schade geleden of dreigt door een ander schade te gaan lijden. In al die gevallen gaat het advocatenhart sneller kloppen. Niets mooier om met de klant, zij aan zij, de klant door een lastige fase van het ondernemerschap te loodsen.

Over het algemeen door de bank genomen zien klanten die zo’n lastige fase of een zeer lastige kwestie in het ondernemerschap hebben meegemaakt de nut en noodzaak in van het vooraf deugdelijk contractueel vastleggen van afspraken. Dit onderdeel van de advocatuur is minstens zo uitdagend en dankbaar. Je krijgt dan namelijk de kans om met de klant zijn onderneming naar een hoger niveau te tillen en juridisch te professionaliseren.

Zelf doen
Toch zijn er veel ondernemingen, groot en klein, die ervoor kiezen overeenkomsten, en zelfs hele belangrijke overeenkomsten, zelf op te stellen. Als je als advocaat dan achteraf wordt ingeschakeld, omdat er discussie is ontstaan over de uitleg van de overeenkomst tijdens de uitvoering daarvan, is het zaak op zoek te gaan naar de bedoeling van partijen en invulling te geven aan het Haviltex-criterium. Dan moeten wij als advocaten het hebben van correspondentie die aan het sluiten van de overeenkomst vooraf is gegaan, de diverse concepten die voorafgaand aan de definitieve versie vooraf zijn uitgewisseld en de considerans van de uiteindelijke getekende overeenkomst. Als deze stukken ontbreken, dan moeten we onze heil zoeken in langdurige en (daardoor) dure getuigenverhoren die zelden volledige duidelijkheid geven over wat partijen over en weer hebben beoogd.

Tips
Voor ondernemers die het risico aandurven om overeenkomsten zelf te maken en dus ook het risico aanvaarden dat er eenvoudig onduidelijkheid en misschien zelfs een conflict ontstaat over de uitleg van de overeenkomst heb ik de volgende drie tips:

  • bewaar correspondentie die over de beoogde samenwerking is gevoerd;
  • bewaar tussentijdse concepten van de uiteindelijke overeenkomst;
  • zorg voor een goede considerans in de overeenkomst; deze is onontbeerlijk.

Als u deze tips ter harte neemt, vergroot u de kans dat u bij een geschil overtuigd kunt zeggen: ‘Zo heb ik het bedoeld’.

Ik wens u veel succes en plezier bij het ondernemen.

Guido de Wit