Het wetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren: de ambtenaar versie 2.0?

 In Geen categorie

“Wat heeft u tegen ambtenaren? Die doen toch niks?”

U kent ze wel, de veelgemaakte grappen over de ambtenaar met de zogenaamde van negen-tot-vijf-mentaliteit en het hanteren van het “liever lui dan moe” criterium. Het lijkt binnenkort echter te zijn gedaan met de huidige rechtspositie van de ambtenaar. Op naar de ambtenaar versie 2.0.

Het is u wellicht bekend dat het ambtenarenrecht en het arbeidsrecht twee verschillende rechtssystemen zijn. Zo kent de ambtelijke rechtspositie een publiekrechtelijk rechtskarakter en de rechtspositie van de werknemer in het arbeidsrecht een privaatrechtelijk rechtskarakter. Een en ander betekent dat de regels met betrekking tot aanstelling en ontslag van een ambtenaar onder andere worden beheerst door de Ambtenarenwet, de Grondwet en het Bestuursrecht, terwijl de werknemer valt onder het arbeidsrecht als geregeld in onder andere de Wet Werk en Zekerheid, cao’s en andere (privaatrechtelijke) regelingen. De afzonderlijke rechtssystemen en regels zullen echter, wellicht op korte termijn, niet langer afzonderlijk zijn nu het huidige rechtssysteem dat de rechtspositie van de ambtenaar regelt grotendeels zal worden vervangen door die van het arbeidsrecht. Het is de bedoeling dat de huidige regels van het arbeidsrecht, waaronder met name de Wet Werk en Zekerheid, in de toekomst ook van toepassing zal worden op ambtenaren.

Op 3 november 2010 is het “Voorstel van wet van de leden Van Wyenberg en Keijzer tot wijziging van de Ambtenarenwet en enige andere wetten in verband met het in overeenstemming brengen van de rechtspositie van ambtenaren met die van werknemers met een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht (Wet normalisering rechtspositie ambtenaren) (32.550)” ingediend bij de Tweede Kamer. Het oorspronkelijke wetsvoorstel werd ingediend door de voormalige Tweede Kamerleden Koşer Kaya (D66) en Van Hijum (CDA). Het voorstel is op 4 februari 2014 aangenomen door de Tweede Kamer. De plenaire behandeling door de Eerste Kamer begon op 22 september 2015 met een eerste termijn van de kant van de Kamer. De voortzetting van het debat was in eerste instantie voorzien voor 10 november 2015, maar is op verzoek van de initiatiefnemers tot nader order aangehouden. De voortzetting van de plenaire behandeling door de Eerste Kamer is voorzien voor 27 september 2016.

Het wetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren is een toch wel bijzonder initiatief. Immers, het wetsvoorstel beoogt een zo groot mogelijke eenvormigheid tussen de rechtspositie van ambtenaren en “normale” werknemers tot stand te brengen. Het publiekrechtelijke en eenzijdige karakter van de ambtelijke aanstelling en de eenzijdige vaststelling van arbeidsvoorwaarden worden vervangen door de voor velen welbekende (tweezijdige) arbeidsovereenkomst, waarop in vele gevallen ook een cao van toepassing is. Uitgangspunt daarbij is dat de arbeidsverhoudingen bij de overheid uiteindelijk gelijk zouden moeten zijn aan de verhoudingen in het private bedrijfsleven, met uitzondering van die gevallen waarin er zwaarwegende argumenten zijn om dit niet te doen. Denk bij het laatste bijvoorbeeld aan militairen en rechters.

Hoewel het wetsvoorstel toch wel als een bijzonder initiatief kan worden aangemerkt, nu met het aannemen van het wetsvoorstel het “vertrouwde” beeld van de ambtenaar op de schop zal gaan, komt het initiatief niet volledig uit de lucht vallen. Reeds vanaf het begin van de jaren 80 is het zogenoemde “normaliseringsproces” in gang gezet met als doel de arbeidsverhoudingen bij de overheid zoveel mogelijk aan te passen aan de arbeidsrechtelijke positie van de “normale” werknemer in de private sector. Zo werden wetten die eerder alleen van toepassing waren binnen het arbeidsrecht ook van toepassing verklaard op ambtenaren en werden nieuwe wetten bij invoering meteen al van toepassing op zowel ambtenaren als werknemers. Daarnaast heeft ook in de rechtspraak een verschuiving plaatsgevonden nu ook daar toenadering tussen het ambtenarenrecht en het arbeidsrecht duidelijk zichtbaar is. Kortom, een dergelijk wetsvoorstel zat er al tijden aan te komen.

Welnu, is invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren nu echt gewenst? Dat wil zeggen, is de ambtenaar versie 2.0, de ambtenaar die gelijk wordt gesteld aan de werknemer, een positieve wijziging? Het antwoord op die vraag dient mijns inziens bevestigend te luiden.

Als reden voor de gelijkstelling van de rechtspositie van de ambtenaar met die van de werknemer wordt door de indieners onder meer aangevoerd dat het niet meer rechtvaardig wordt geacht dat ambtenaren en werknemers – gelet op de aard van hun werkzaamheden – verschillend worden behandeld, terwijl de aard van de arbeidsverhouding met hun werkgever – ondergeschiktheid en loonafhankelijkheid – in beide gevallen dezelfde is. De keuze voor een gelijke rechtspositie voor alle werkenden zou dan ook allereerst een principiële keuze zijn, hetgeen tevens meer in de huidige tijdsgeest zou passen.

Ik sluit mij volledig bij het bovenstaande aan. Het is mijns inziens niet meer van deze tijd dat gelijke werkzaamheden worden beheerst door afzonderlijke rechtssystemen, simpelweg door het enkele verschil van werkgever, te weten de overheid of een private onderneming. Het dient de rechtszekerheid voor een ieder dat voor zowel ambtenaren als werknemers gelijke (wettelijke) regelingen gelden. Daarnaast geldt dat de in Nederland geldende contractsvrijheid voor een ieder dient te gelden en ook voor ambtenaren regelingen uit bijvoorbeeld cao’s van toepassing kunnen zijn op hun arbeidsverhouding. Tevens acht ik het private arbeidsprocesrecht, net als velen, meer geschikt voor de oplossing van mogelijke arbeidsgeschillen dan het publiekrecht, waaronder het bestuursrecht. Gelijke regels voor een ieder schept meer duidelijkheid en voorkomt ongelijkheid. Kortom, de ambtenaar versie 2.0 mag wat mij betreft worden ingevoerd.

 

Auteur: Dominique Feikes

Recente berichten